ALGEMEEN REGLEMENT VOOR TRIAL-wesrtijden
DEFINITIE
1.1
Dit reglement betreft de wedstrijdvorm genaamd ‘Trial’, die hierna Trial genoemd worden. Een Trial is een wedstrijd waarbij het gaat om de behendigheid van de bestuurder met zijn voertuig Onder evenementen of wedstrijden worden verstaan de terreinsportwedstrijden waarvan de klassering wordt verkregen door de resultaten die door de deelnemers worden behaald tijdens trialproeven op een voor het openbaar verkeer afgesloten weggedeelte of op terreinen. Het wedstrijdelement wordt verkregen doordat men in licht tot zwaar geaccidenteerd terrein, op voor het publiek afgesloten gedeelten zgn. ‘sectie`s’ uitzet, waarbij de deelnemer met het voertuig de route voorwaarts dient te volgen. Deze route wordt gevormd door verticaal geplaatste obstakels, zoals palen en/of latten. Het aanraken en omverrijden van deze begrenzingen door fout manoeuvreren met het voertuig zal dan tot ‘strafpunten’ leiden.1.2
Voor wedstrijden onder auspiciën van stichting autotrial heeft u alleen een geldig rijbewijs nodig, met uitzondering van de jeugdige rijders.2 REGLEMENTEN
De reglementen hebben betrekking op alle Trial wedstrijden die onder de stichting autotrial vallen.
3 DEELNAME
3.1
Om deel te kunnen nemen aan een wedstrijd, dient de deelnemer bij de administratieve controle de volgende bescheiden te tonen:a. een geldig rijbewijs, categorie B
B. Een bewijs van bekwaamheid (alleen voor jeugdige deelnemers)
c. In het jaar dat je zestien wordt kun je deelnemen in de standaard klasse en vanaf 17 jaar in de proto klasse na minimaal 1 jaar standaard klasse te hebben gereden
3.2
Zowel Nederlanders als buitenlanders kunnen deelnemen aan Trialwedstrijden,3.3
Bij wedstrijden, meetellend voor het Nationaal Kampioenschap, mag je als rijder ook in meerdere klassen starten3.4
Deelnemers die tijdens of na de wedstrijd worden uitgesloten, hebben geen recht op teruggave van het inschrijfgeld.3.5
Iedere deelnemer is verplicht zijn voertuig te laten controleren op het technische reglement en veiligheid door afgevaardigden van de stichting autotrial voor, tijdens en na de wedstrijd. De organisator behoudt zich het recht voor, op grond van het Technisch reglement, een voertuig te weigeren en/of uit te sluiten van verdere deelname. De deelnemer waarvan de auto tijdens de technische keuring wordt afgekeurd, krijgt 50% van zijn/haar inschrijfgeld terug. Na de keuring gaan de auto`s in het parc-ferme totdat de wedstrijd begint, nadat alle proeven gereden zijn gaan de auto`s weer in het parc-ferme tot na de prijsuitreiking.3.6
De organisatie behoudt zich het recht voor om het aantal deel te nemen voertuigen te beperken. De organisatie behoudt zich tevens het recht voor de inschrijving van een deelnemer met opgave van redenen te weigeren3.7
Deelnemer is degene die de door hem/haar ingeschreven auto bestuurt en zich als zodanig heeft laten inschrijven. Hij/zij ontvangt een wedstrijdformulier met startnummer.3.8
De technische keurmeester is verantwoordelijk voor de indeling in welke klasse men komt te rijden.3.9
Het wedstrijdformulier dient voor de start door de keurmeester afgetekend en gewaarmerkt te worden, als zijnde het bewijs dat het voertuig is toegelaten.3.10
Het wedstrijdformulier blijft in het bezit van de proefleider en zal, indien noodzakelijk, van strafpunten voorzien worden.3.11
3.12
De deelnemer ontvangt een startbord of sticker met daarop het startnummer, dat duidelijk zichtbaar aan op de motorkap van de auto bevestigt moet worden.3.13
Na de keuring mag er niets meer aan het voertuig gewijzigd worden. En moet het voertuig daarna naar het parc-ferme.3.14
De deelnemer mag slechts met een proef beginnen op aanwijzing van de proevenchef
4 TRIALPROEF
4.1
De sectie`s dienen zodanig te worden uitgezet, dat deze voor het publiek geen gevaar kunnen opleveren.4.2
De sectie bestaat uit minimaal 5 poorten. Meervoudige poorten bij de finish zijn toegestaan. De breedte van de poorten moet minimaal 2.20 meter zijn. De te gebruiken palen of latten dienen minimaal 1 meter, en maximaal 1 tot 1,5 meter boven het aardoppervlak uit te steken, voor de standaard klasse 1 worden de palen gemarkeerd met blauwe bordjes en voor de klasse standaard 2 worden de palen met groene bordjes gemarkeerd en voor de proto klasse worden de palen met rode bordjes gemarkeerd. De gemarkeerde palen dient men aan de linkse kant te houden4.3
De sectie`s dienen zich te onderscheiden d.m.v. duidelijke nummering op een bord, dat tevens het officiële begin van de sectie aangeeft. Dit bord dient duidelijk zichtbaar voor de deelnemers teworden geplaatst. Het einde van de sectie dient men eveneens op een duidelijk wijze aan te geven.
4.4
Een trial moet bij aanvang minimaal uit 8 sectie`s bestaan.4.5
Voor de start moet de voorbumper van het voertuig zich direct tussen de palen van de startlijn bevinden.4.6
Het voertuig geldt als zijnde gestart, wanneer de vooras de startlijn is gepasseerd.4.7
Als men eenmaal door een poort heen is mag men niet achteruit terug door die poort. Dat betekent dan eind proef.4.8 De poorten rijdt men in de volgorde zoals aangegeven staat 1, 2, 3, 4, 5 enz.
4.9
Het voertuig moet elke poort voorwaarts passeren (dus achteruit door de poorten heen mag niet)4.10
je moet met minimaal 1 wiel door de poort in de rijrichting.4.11
De sectie kan als voltooid beschouwd worden, als het gehele voertuig de denkbeeldige lijn tussen finishlijn is gepasseerd.4.12
Wanneer er meerdere wagens opgesteld zijn voor een sectie, moeten wedstrijdauto’s met een dubbel startnummer na één keer gereden te hebben, zich, in overleg met de proevenchef, weer opstellen.4.14
per proef zal er bekeken worden hoeveel tijd men krijgt
5 PUNTENTELLING TRIAL
Bij het berijden van een sectie kan de deelnemer de volgende strafpunten krijgen:
5.1 een aantal van 5 strafpunten voor het overschrijden van de begrenzing. ( pillonen, lint of palen
5.2 Een aantal van 10 strafpunten
voor het achteruitsteken en/of achteruitrijden, rollen, glijden of schuiven. Toelichting: Steken is achterwaarts gaan om vervolgens weer in een voorwaartse rijrichting verder te gaan.
5.3 Een aantal van 20 strafpunten
per keer voor het raken van een paal of lat.
5.4 Een aantal van 40 strafpunten
per paal, wanneer deze paal zodanig omvergereden wordt, dat hij plat tegen de grond ligt of verwijderd wordt op aanwijzing van de deelnemer. Toelichting: Er is duidelijk een verschil tussen een paal raken of omverrijden. Het een en ander is ter beoordeling van de proevenchef.
5.5 Een aantal van 80 strafpunten per poort
wanneer de sectie vroegtijdig wordt verlaten, verhoogd met het aantal reeds toegekende strafpunten en vermeerderd met het aantal nog te nemen poorten, Vroegtijdig verlaten van de sectie kan zijn:
a. Op eigen verzoek;
b. Indien men zich volledig vast rijdt en met behulp van derden losgetrokken of geduwd wordt;
c. Indien het voertuig omvalt en met behulp van derden weer op de wielen gezet wordt;
d. indien er sprake is van tijdsoverschrijding
6.5
f. Indien
5.6 Een aantal van 100 strafpunten voor een poort die bewust wordt overgeslagen
5.7 Een aantal van 600 strafpunten:
a. Indien men tijdens het rijden van een sectie hulp van derden krijgt (anders dan onder art. 5.5 omschreven). Hierna dient men de proef op aanwijzing van de proefleiding te verlaten.
b. Indien de bestuurder en/of bijrijder tijdens het berijden van de proef zich van hun zitplaats begeeft.
Het maximum aantal strafpunten per niet gestarte proef bedraagt 600.
6 EX-AEQUO-REGELINGEN VOOR TRIAL
6.1
Ex-aequo-regeling dagklassement in de volgorde van:a. Degene die de meeste foutloze proeven heeft gereden;
b. Degene die het minste aantal poorten heeft overgeslagen;
c. Degene die het minste aantal poorten heeft gemist;
d. Degene die het minste aantal palen heeft omvergereden;
e. Degene die het minste aantal palen heeft geraakt;
6.2
Ex-aequo-regeling voor het Nationaal Kampioenschap in de volgorde van:a. Indien er aftrekresultaten van toepassing zijn, degene die inclusief alle behaalde resultaten de meeste wedstrijdpunten heeft;
b. Degene die van alle uitslagen de meeste 1e klasseringen heeft;
c. Degene die van alle uitslagen de meeste 2e en daarna de 3e klasseringen heeft.
d. Degene die in de laatst meetellende wedstrijd de hoogste klassering heeft.
In die gevallen waarin het ex-aequo-reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de stichting autotrial
7 ALGEMENE WEDSTRIJDREGELS
7.1
Het is de deelnemer niet toegestaan om de palen tijdens de wedstrijd te verzetten. Palen die uit de grond gereden worden, dienen door de organisatie weer op dezelfde plaats teruggezet te worden.7.2
Bij elke sectie dient minimaal een proevenchef of proevenbegeleider aanwezig te zijn, die duidelijk herkenbaar moet zijn voor deelnemers en publiek.7.3
Het is de organisatie vrij een sectie af te gelasten, indien de situatie daartoe aanleiding geeft. Dit kan zijn gevaar voor persoonlijk letsel van de deelnemers, maar ook door tussentijdse veranderingen door het berijden van de sectie, waardoor deze dusdanig veranderd is dat het berijdenvan de sectie grote mechanische schade tot gevolg kan hebben. De organisatie heeft dan het recht in deze gevallen de obstakels dusdanig te verhelpen dat het berijden weer mogelijk is. Indien er toch toe overgegaan moet worden deze sectie af te gelasten, telt deze proef bij geen van de deelnemers mee in de eindwaardering.
7.4
Over de beslissing van de proefleiding kan niet met hem of haar gediscussieerd worden.8 ALGEMENE KAMPIOENSCHAPSREGELS
8.1
Puntentelling voor het kanpioenschap:1e plaats - 25 pnt. 8e plaats - 7 pnt.
2e plaats - 20 pnt. 9e plaats - 6 pnt.
3e plaats - 15 pnt. 10e plaats - 5 pnt.
4e plaats - 12 pnt. 11e plaats - 4 pnt.
5e plaats - 10 pnt. 12e plaats - 3 pnt.
6e plaats - 9 pnt. 13e plaats – 2 pnt.
7e plaats - 8 pnt. 14e plaats – 1 pnt.
8.2
De deelnemer die gedurende het kampioenschapsjaar de meeste punten uit de plaatsing van het dagklassement heeft behaald is Nationaal Kampioen (zie ook Ex-aequo-regelingen).8.3
Niet in mindering worden gebracht de resultaten van wedstrijden, waarvan in verband met geconstateerde overtreding de deelnemer is uitgesloten van deelname of waarvan de punten in verband met geconstateerde overtreding zijn komen te vervallen.8.4
8.5 Voor iedere klasse waarvoor een Nationaal Kampioenschap is ingesteld, wordt een klassement opgemaakt. Bij het bepalen van het eindklassement wordt het aantal resultaten van de voor het kampioenschap verreden wedstrijden bij elkaar opgeteld.8.6
1 wedstrijd mag worden afgetrokken8.7
De minimumleeftijd van de bijrijder is twaalf jaar proto 14 jaar8.8
De wedstrijd heeft een begin- en eindtijd. Deze staan vermeld in de uitnodiging Het verkorten van deze tijd is alleen toegestaan wanneer alle deelnemers alle sectie`s gereden hebben. Het verlengen van deze tijd is mogelijk, als blijkt dat niet alle proevendoor alle deelnemers gereden zijn, door factoren die niet afkomstig zijn van de rijder zelf. Dit ter beoordeling van de wedstrijdleiding. Het houden van lunchpauze en oplossen van technische problemen zijn geen redenen tot verlenging van de wedstrijdtijd, alsmede auto’s die een dubbelstart hebben.
8.9
Een half uur voor de prijsuitreiking wordt de klassering van alle deelnemers schriftelijk bekend gemaakt. De uitslag is dan officieel. Wanneer na een half uur na deze bekendmaking geen protest isbinnengekomen, is de uitslag definitief. Achteraf kan door de rijders geen protest meer tegen de uitslag ingediend worden. Indelingsfouten achteraf geconstateerd kunnen pas na overleg met de organisatie herzien worden.
9 SCHADE
9.1
Schade tijdens het evenement veroorzaakt door de deelnemers is voor risico van de deelnemer.9.2
De deelnemers rijden voor eigen risico en zijn aansprakelijk voor de door hen aangebrachte schade aan terrein en derden. De organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt aan en door de deelnemers en publiek.9.3
De organisatie kan aanvullende veiligheidsregels laten functioneren indien de situatie dat vereist.9.4
Schade veroorzaakt tijdens het bergen van het voertuig is voor risico van de eigenaar van het te bergen voertuig.10 UITSLUITINGEN
de wedstrijdleiding, kan in de volgende gevallen besluiten tot uitsluiting van verdere deelname:
10.1
Door aan het voertuig veranderingen en/of wijzigingen aan te brengen na de technische controle of gedurende de wedstrijd.10.2
Door het hinderen van andere deelnemers of de proefleiding en/of organisatie te belemmeren in het uitvoeren van haar taken.10.3
Door het gebruik van alcohol of andere middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.10.4
Door zich niet te houden aan de reglementen die zijn opgesteld door de stichting autotrial11 ALGEMENE BEPALINGEN
11.1
Deelnemers dienen te allen tijde de aanwijzingen van de organisatie onmiddellijk en stipt op te volgen.11.2
De deelnemers dienen er rekening mee te houden om ruimte vrij te houden voor eventuele reclame van sponsors, te weten op de motorkap en de portieren.11.3
Bij twijfel of onduidelijkheid van een der voornoemde artikelen zal de wedstrijdleiding een definitieve beslissing nemen.TERREINSPORT
ALGEMEEN TECHNISCH REGLEMENT VOOR TRIAL-WAGENS
Art. 1 DEFINITIES
Het algemeen technisch reglement geeft de toelatingseisen aan voor deelnemende vierwielaangedreven terreinvoertuigen, hierna te noemen 4WD-wagens, die ingedeeld worden in de hoofdgroepen Standaard, en Proto. Een verdere klasse-indeling wordt gedaan op basis van een formule. Voor alle voertuigen geldt dat de massa van het voertuig vermeerderd met het toegestane laadvermogen niet meer dan 3.500 kg mag bedragen.
Art. 2 KLASSE-INDELING
Voor wedstrijden die verreden worden onder de auspiciën van de KNAF Sectie Terreinsport, worden de volgende klassen gehanteerd:
2.1 Wedstrijd klasse verbeterd
2.2 Wedstrijd klasse modifided
2.3 Wedstrijd klasse Pro-modifided
2.4 Wedstrijdklasse Proto
2.5 Alleen voor de klasse standaard geldt deze formule
De formule is gebaseerd op het kleinste voertuig en werkt als volgt.
Door lengte, breedte en wielbasis met elkaar te vergelijken creëert men een factor waardoor men gelijkwaardige voertuigen krijgt.
De strafpunten die men normaal vergaard wordt gedeeld door de factor
2.6
Lengte – 3.00 m + (( breedte - 1,39 m ) * 2,6 ) +((wielbasis - 1,76 m ) * 2,6 ) + 1 = factor
Voor een dichte carrosserie telt men er 10% bij op
Voor 1 sper trekt men er 7.5% er af
Voor 2 sperren trekt men er 15% er af
Voorbeeld gebaseerd op een mercedes-g 460 kort en een Suzuki samurai
|
lengte - 3,00 m + (( breedte - 1,39 m ) * 2,6 ) +((wielbasis - 1,93 m ) * 2,6 ) + 1 = factor |
|
||||||||
|
4,1 |
3 |
1,82 |
1,39 |
2,6 |
2,4 |
1,93 |
2,6 |
1 |
1,80 |
|
3,26 |
3 |
1,42 |
1,39 |
2,6 |
2,07 |
1,93 |
2,6 |
1 |
1,70 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
dicht + 10% 2sperren - 15% 1 sper – 7.5% |
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
lengte |
breedte |
wielbasis |
|
|
Factor |
|
|
|
|
|
3,26 |
1,42 |
2,07 |
|
|
1,70 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
dicht |
|
+ 10% |
factor |
1,80 |
|
|
|
|
|
|
2 sperren |
|
- 15% |
|
1,55 |
|
|
|
|
|
|
1 sper |
|
-7.5% |
|
1,63 |
|
|
|
|
|
Art. 3 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
3.1 Alle voertuigen van de groepen Standaard moeten een voorruit van gelaagd glas of lexaan hebben.
3.2 Elk deelnemend voertuig dient voorzien te zijn van een sleepoog of een haak met minimum doorsnede van 5 cm, en rood gekleurd zijn zowel aan de voorkant als aan de achterkant van het voertuig. Het sleepoog moet deugdelijk aan het chassis verankerd en goed bereikbaar zijn.
3.3 Elk voertuig dient een sleeplint bij zich te hebben goed verankerd in het voertuig
3.4 De stoelen zijn vrij, maar moeten goed en deugdelijk bevestigd zijn.
3.5 Bij het defect raken van de gaskabel moet de motor automatisch stationair gaan draaien.
3.6 Het is toegestaan om naast de standaard geplaatste bodem beschermplaat een extra plaat te monteren.
3.7 Brandstof-, olie- en remleidingen die onder het chassis doorlopen dienen beschermd te zijn tegen beschadiging.
3.8 In alle voertuigen in de klassen Standaard, moet minimaal een goedgekeurde driepuntsgordel deugdelijk bevestigd zijn.( een vierpuntsgordel wordt aanbevolen ) En voor de proto`s minimaal een vierpunts gordel. De gordels dienen gedragen te worden zoals bedoeld door de fabrikant.
3.9 De rijder en bijrijder in alle klassen dienen een helm te dragen,
Dit dient dit een goedgekeurde helm te zijn, voorzien van E-keur.
3.10 Voertuigen met een softtop c.q. polyestertop, die standaard niet zijn voorzien van een rolbeugel, dienen uitgerust te zijn met een zelfgeplaatste rolbeugel. ( een veiligheidskooi verdient de voorkeur ) Een veiligheidskooi is verplicht voor de klasse Proto. Deze dient gebouwd te worden volgens model
3.11 De voertuigen dienen technisch in veilige staat te verkeren, wat betreft remmen, stuurinrichting en wielophanging, een handrem is verplicht.
3.12In het deelnemende voertuig mogen zich tijdens de wedstrijd geen losse voorwerpen bevinden of verpakte brandbare en/of ontplofbare stoffen vervoerd worden (zoals jerrycan met benzine).
3.13De accu moet deugdelijk bevestigd zijn. Indien de accu in het bestuurderscompartiment is geplaatst, dient deze afgeschermd te worden door een vloeistofdichte bak.
Art. 4 DEFINITIE VERBETERD
4.1 De Standaardklasse-voertuigen moeten zijn afgeleid van seriematig geproduceerde voertuigen met vierwielaandrijving, zoals die in de Europese landen door de fabrikant of haar officiële importeur in Nederland geleverd worden. De voertuigen
dienen voorzien te zijn van een typegoedkeuring, afgegeven door de Rijksdienst voor het Wegverkeer
4.2 Onder wielen wordt verstaan, banden plus velgen.
4.3 De keuze van de velg is vrij, mits de diameter van de band niet groter is dan 900mm. De bandenkeuze is vrij, maar moeten normaal in de handel verkrijgbaar zijn. Niet toegestaan zijn banden met noppen en opgesneden profielen, schoepenbanden en landbouwprofielbanden, alsmede
dubbelluchtbanden en sneeuwkettingen. Het reservewiel mag worden verwijderd (inclusief de steun) en behoeft niet in het voertuig meegenomen te worden. Na de technische keuring en in het logboek vastgelegde bandenprofiel en maten mogen hierna, tijdens het evenement niet voor andere type banden en maten gewisseld worden.
4.4 Het uitlaatsysteem mag gewijzigd worden, mits de originele katalysator gehandhaafd blijft. Het uitlaatgeluid mag niet meer zijn dan 85 Dab. De uitlaatopening mag uitsluitend aan de zij- of achterkant van het voertuig uitkomen en niet meer dan 100 mm buiten de uiterste contouren van het voertuig uitsteken.
4.5 Sperren zijn toegestaan.
4.6 Van binnenuit verstelbare schokdemperwerking is toegelaten ook al is deze standaard niet gemonteerd. Niet toegestaan zijn de afzonderlijk bedienbare schokdempers, waarbij de werking en/of de hoogte van links naar rechts en/of voor naar achter te beïnvloeden is.
4.7 Niveauregeling die seriematig geproduceerd is, mag niet handmatig beïnvloed worden tijdens de proef.
4.8 De oorspronkelijke soort vering moet gehandhaafd blijven. De oorspronkelijke bevestigingspunten aan het chassis/ carrosserie mogen niet gewijzigd worden. De rest is vrij.
4.9 Lengte, breedte van de carrosserie en de wielbasis worden altijd op de langste en breedste plaatsen gemeten en vergeleken met de officiële fabrieksgegevens.
4.10 Bumpers mogen worden vervangen door niet seriematige bumpers waarbij de sterkte en het materiaal vrij zijn. Het materiaal moet echter star en vormvast zijn.
4.11 Van fabriekswege demontabele hardtop, softtop, en het bovendeel van de deuren mogen verwijderd worden. Dit geldt ook voor de achterdeur mits deze van fabriekswege deelbaar is. Een deuronderhelft moet altijd aangebracht zijn, ook in die gevallen waarbij het voertuig seriematig met canvasdeuren of zonder deuren wordt geleverd. Wanneer de gesloten carrosserie wordt gewijzigd, dan moet deze minimaal voldoen aan een seriematig softtop maatvoertuig.
4.12 Carrosserie-aanbouwdelen mogen door kunststof delen met identieke buitenafmetingen vervangen worden, doch de uiterlijke vorm moet overeenkomen met de seriematig geproduceerde delen.
4.13 Voorruit en voorruitstijlen mogen niet naar beneden geklapt of verwijderd worden tijdens de wedstrijd.
4.14 Indien de achterlichten en mistachterlichten standaard onderaan of in de achterbumper zijn gemonteerd, mogen deze tijdens het evenement worden verwijderd, Komlampen mogen beschermd of afgeplakt,
4.15 De motor is vrij en mag door een niet seriematige motor vervangen worden. aandrijfassen, versnellingsbak en tussenbak (transfer) moeten origineel zijn. Het vierwielaandrijvingssysteem, zoals permanente of inschakelbare aandrijving, mag niet worden gewijzigd. Het huis van de versnellings- en tussenbak moet standaard zijn en ook de
overbrengingsverhoudingen mogen niet veranderd worden.
4.16 De wieluitslagschroeven mogen verwijderd of ingekort worden.
4.17 Een bodylift is toegestaan.
Art.5 DEFINITIE PRO-MODIFIDED
5.1 Het voertuig moet aan dezelfde regels voldoen als de verbeterde klasse met uitzondering van:
5.2 De keuze van de velg is vrij, mits de diameter van de band niet groter is dan 900mm. De bandenkeuze is vrij, maar moeten normaal in de handel verkrijgbaar zijn. Niet toegestaan zijn banden schoepenbanden en alsmede dubbelluchtbanden en sneeuwkettingen. Het reservewiel mag worden verwijderd (inclusief de steun) en behoeft niet in het voertuig meegenomen te worden. Na de technische keuring en in het logboek vastgelegde bandenprofiel en maten mogen hierna, tijdens het evenement niet voor andere type banden en maten gewisseld worden.
5.3 De oorspronkelijke soort vering mag gewijzigd worden. (b.v. ombouw van bladvering naar schroefveren ) niveauregeling is verboden. De rest is vrij.
5.4 artikel 4.10, 4.11 en 4.12 vervallen
5.5 motor, versnellingsbak, tussenbak en assen mogen vervangen worden door andere exemplaren
5.6 een gescheiden remsysteem mag worden toegepast.
Art. 6 DEFINITIE PROTO
6.1 Een Proto-wagen is een vierwielaangedreven voertuig met twee assen en vier wielen. De Proto-wagen mag geheel naar eigen inzicht gebouwd of verbouwd zijn. De spoorbreedte en wielbasis is geheel vrij. Voor het overige moet een Proto-wagen voorzien zijn van alle veiligheidszaken zoals hierna omschreven. Een Proto-voertuig waarvan, vanwege zijn constructie, bepaalde gevaren zijn te verwachten, kan van deelname worden uitgesloten. Rupsvoertuigen zijn niet toegestaan.
6.2 Keuze van de besturing is vrij. De achterwielen mogen afzonderlijk van de voorwielen bestuurbaar gemaakt worden. De bediening mag door de bestuurder en/of door de bijrijder geschieden.Radiografische besturing en knikbesturing zijn niet toegestaan.
6.3 Voor zowel de voor- als achteras is een differentieelsper toegestaan. De sperwerking mag van binnenuit ingesteld worden.
6.4 Het voertuig moet geveerde assen hebben, waarbij het soort of type schokdemper vrij is. Een starre verbinding met de carrosserie is niet toegestaan.
6.5 De keuze van de remmen is vrij. Een deugdelijk functionerend remsysteem moet aanwezig zijn.
6.6 De carrosserie dient van deugdelijk materiaal te zijn en een permanent karakter hebben en mag geen scherpe en uitstekende delen hebben. De radius van hoeken en kanten moet minstens 8 mm zijn. De carrosserie moet vast en star zijn, niet doorzichtig en moet alle mechanische delen volledig
afdekken. De carrosserie moet de inzittenden voldoende zijdelingse bescherming bieden, door tot op een hoogte van minstens 10 cm boven het zitvlak van de stoel (in onbelaste toestand) uit te komen. De voertuigen moeten een gesloten vloerplaat hebben. Het voertuig moet voorzien zijn van
een rolkooi ter bescherming van de inzittenden, minimaal gebouwd volgens onderstaand model.
de
minimale afmetingen van de buizen is 45 x 2.5 mm of 50 x 2.0 mm voor de
hoofdkooi (rondom de stoelen), de andere buizen moeten een minimale afmeting
hebben van 38 x 2,5 mm of 42 x 2.0 mm.
(Eventueel afwijkende constructies ter beoordeling van de technische keurmeester)
6.7 Spatborden is niet verplicht.
6.8 De keuze van de brandstoftank en de locatie is vrij, maar moet op een in voldoende mate beschermde plaats ingebouwd zijn. De tank moet vast aan of in het voertuig verbonden zijn en mag zich niet in het bestuurderscompartiment bevinden, mits de tank is voorzien van een vloeistofdicht omhulsel.
6.9 Tussen de motor en het bestuurderscompartiment moet een vuurvaste en vloeistofdichte wand zijn aangebracht.
6.10 De stoelen moeten op een deugdelijke wijze in het voertuig gemonteerd zijn met een vaste verbinding op de bodemplaat.
6.11 Het uitlaatsysteem mag gewijzigd worden, echter het uitlaatgeluid mag niet meer zijn dan
85 Decibel. De uitlaatopening mag uitsluitend aan de zij- of achterkant van het voertuig uitkomen en niet meer dan 100 mm buiten de uiterste contouren van het voertuig uitsteken.
6.12 De keuze van merk en type motor is vrij, waarbij alleen zuiger- en wankelmotoren zijn toegestaan. De motor moet op een deugdelijke wijze ingebouwd zijn en afgedekt worden door een motorkap. Apart geplaatste radiateur(en) is (zijn) toegestaan, mits deze en de ventilator(en) en slangen goed zijn afgeschermd ten opzichte van de inzittenden.
6.13 Alle Proto-voertuigen dienen te zijn voorzien van een goed werkende stroomonderbreker, die op de linkerkant van het paravan, bij de voorruit is aangebracht.
6.14 Banden en velgen De banden mogen na de technische keuring eventueel uitsluitend voor de Proto-proeven gewisseld worden.
Maximale band diameter is 1000mm. Niet toegestane profielen zijn dubbelluchtbanden en schoepenbanden en sneeuwkettingen.